Jonge knie.jpg

ARTHROSE

Degeneratie van het kraakbeen

 

WAT IS ARTHROSE?

Arthrose wordt in de volksmond gemakkelijk "slijtage" genoemd. Het is het verlies van de beschermende kraakbeenlaag.

Een gewricht verbindt twee beenderen, in dit geval het bovenbeen en het onderbeen met elkaar terwijl beweging wordt toegelaten. Naast ligamenten, kapsel, menisci omvat het kniegewricht ook nog kraakbeen. Een dikke kraakbeenlaag bedekt de uiteinden van zowel boven- als onderbeen, en staat de knie toe te bewegen doordat de kraakbeenlagen van boven- en onderbeen vlot en glad over elkaar glijden.

Bij arthrose is deze kraakbeenlaag verdund en in uitgesproken gevallen op bepaalde plaatsen volledig verdwenen, zodat het onderliggend bot bloot komt te liggen, waardoor de klachten veroorzaakt worden.

SYMPTOMEN

Typisch arthrotische klachten zijn onder andere:

  • Startpijn: Na wat langer zitten zijn de eerste stappen pijnlijk.

  • Pijn bij langere belasting.

  • As afwijkingen: het been in kwestie gaat er "scheef" uitzien: Men krijgt O- of X-benen.

  • Zwelling: De knie wordt dik, voornamelijk 's avonds of na langer belasten

  • Flexiecontractuur: In uitgesproken gevallen kan de knie niet meer volledig gestrekt worden zonder pijn.

DIAGNOSE

Veelal kan uw arts op basis van uw klachten al arthrose vermoeden. Voor het stellen van de diagnose is een eenvoudige RX opname voldoende. Let wel dat deze steeds staand genomen moet worden om arthrose vast te stellen of uit te sluiten. Een MRI of Arthro-CT kunnen bij twijfel doorgevoerd worden, maar zijn doorgaans niet nodig. 

NIET-OPERATIEVE THERAPIE

Bij beginnende arthrose zijn er nog verschillende dingen die u zelf kunt doen:

  • Spiertraining: Verstevig de bovenbeenspier! Hoe meer de spier opvangt, hoe minder belasting er op de knie zelf terecht komt. De beste training bestaat uit fietsen gezien dit een stevige training is die geen schokken voor de knie met zich meebrengt. Fysiotherapie bij de kinésist kan u hierbij assisteren, maar de dagelijkse oefeningen dient u uiteraard zelf te doen.

  • Infiltratie: Bij matige arthrose kan een infiltratie met Hyaluronzuur (de zogenaamde "gel spuiten") helpen. Tegenwoordig bestaan er ook infiltraties met PRP. Het effect van deze infiltraties is echter niet gegarandeerd en beide worden op heden helaas niet terugbetaald door de Belgische mutualiteiten. Afhankelijk van het gebruikte product zijn er 1, 2 of 3 infiltraties nodig.

  • Brace: Sommige mensen vinden verlichting van de klachten bij het dragen van een ondersteunende brace. Dit kan echter een averechts effect hebben doordat deze bij langdurig gebruik de spieren eerder gaat ontlasten, zodat de druk op de knie zelf toeneemt.

OPERATIEVE THERAPIE

Bij uitgesproken arthrose bestaat de enige definitieve oplossing uit het plaatsen van een knieprothese. Daarbij worden de beschadigde oppervlaktes vervangen door een kunstgewricht. Dit kan het volledige kniegewricht zijn, of een gedeelte ervan (meer info over knieprotheses vindt u hier). Een zogenaamde "opkuis" door middel van een kijkoperatie wordt afgeraden.

Studies hebben ondertussen voldoende aangetoond dat het effect hiervan in het beste geval tijdelijk is. Vaak wordt er zelfs een negatief effect waargenomen gezien de bovenbeenspier na de operatie verzwakt wordt. 

Meer informatie over knieprotheses vindt u hier.